Claudy Jongstra is fan Fryslân

Claudy Jongstra uit Spannum behoort tot de top van de (inter)nationale kunstenaars. Haar vilten wandtapijten hangen in musea en gebouwen over de hele wereld. 

Kunst met een missie
“Velen spreken over duurzaamheid; weinigen weten waar te beginnen. Ik werk volgens duurzame technieken, met wol van onze eigen schapen en verf van onze eigen verfplanten. In mijn werk wil ik uitdragen dat de natuur ongelooflijk mooi en van ons allen is. Vilt is een materiaal dat de natuur tastbaar maakt.”

(Internationaal) succes
Met haar unieke (manier van) werken stapelt Claudy inmiddels het ene succes op het andere. Ze leverde stoffen voor ontwerpers als Donna Karen en John Galliano. Ze exposeert over de hele wereld. Haar werken hangen in musea in New York, Los Angeles en London en gebouwen als het Catshuis in Den Haag en de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Maar natuurlijk ook dichter bij huis in het Provinsjehûs in Fryslân en (straks) in het nieuwe Fries Museum.

Ook de prijzenkast raakt inmiddels behoorlijk gevuld. In 2008 won ze de Prins Bernard Cultuurfonds Prijs voor Toegepaste Kunst en Bouwkunst. In 2010 volgde de Doen-Materiaalprijs voor duurzaam en innovatief materiaalgebruik. En dit jaar kreeg ze uit handen van minister Bijsterveldt (OCW) in bijzijn van de Commissaris van de Koningin John Jorritsma het ‘Duurzaam Lintje’ opgespeld.

“Ik kan mij niet voorstellen ooit nog ergens anders te werken”
Eerlijk is eerlijk: eigenlijk is Claudy Jongstra maar een halve Fries. Want haar moeder is van Limburgse komaf. Maar welke rol speelt Fryslân nou in haar succes? “Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog ergens anders zou werken. De Friese ruimtelijkheid en het typische landschap hebben een grote invloed op mij als persoon én als kunstenaar. Ik voel een ‘klik’ met de mensen hier. Ik kan hier een individu zijn, maar voel me toch onderdeel van de samenleving. De vrijheid die ik voel, werkt verkwikkend. En wat betreft mijn werk: het licht is hier heel spectaculair. De kleuren krijgen een heel andere dimensie.”